Bij WVS geeft ze leiding aan de schoonmaakafdeling, met ruim 200 collega’s. Ongeveer 65 procent komt uit het Landelijk Doelgroepenregister (LDR). Jongeren stromen binnen via de eigen Topacademie, volwassenen via de werkpleinen. Nieuwe medewerkers starten in een ontwikkeltraject, halen hun vakdiploma en kunnen daarna doorgroeien naar een vaste baan. “Dat is het mooie van onze constructie,” legt ze uit. “Mensen hoeven niet telkens door naar een nieuwe plek, maar kunnen bij ons blijven en zich verder ontwikkelen.”

Afb 1. Lilian van Dongen
WVS: schoonmaak met aandacht
Het sociale karakter onderscheidt WVS van reguliere schoonmaakbedrijven. “Bij ons hoeven medewerkers het werk niet op rolschaatsen te doen, het tempo ligt lager,” zegt Lilian. “We zijn zichtbaar aanwezig op de werkvloer en nemen de tijd om mensen te begeleiden. Soms is er zelfs jobcoaching nodig. Die ruimte maken we, en dat betaalt zich terug. Onze klanten kiezen heel bewust voor ons omdat ze de sociale impact belangrijk vinden.”
De organisatie combineert dat sociale met een gezonde bedrijfsvoering: bijna 7 miljoen omzet en een divers klantenbestand. Opvallend detail: het managementteam bestaat grotendeels uit vrouwen. “We houden elkaar scherp, maar we zijn ook allemaal echte ondernemers. We zien kansen en vinden altijd een weg vooruit. Dat maakt ons werk niet alleen zinvol, maar ook leuk en gezellig.”
Technologie als nieuwe kans
Die ondernemende houding verklaart ook waarom WVS deelneemt aan het TKI-Goldschmeding project, waarin organisaties onderzoeken hoe technologie kan bijdragen aan een inclusieve arbeidsmarkt. Samen met de andere deelnemers van TINT West-Brabant, TNO en TU Delft brengt WVS knelpunten in de schoonmaak in kaart en test ze welke oplossingen technologie kan bieden.
“Wij waren meteen enthousiast,” zegt Lilian. “Het idee om technologie in te zetten zodat meer mensen kunnen meedoen, past precies bij wie wij zijn. We zien dagelijks dat hulpmiddelen een groot verschil kunnen maken.”
Wat levert het project op?
De eerste inventarisatie wees drie belangrijke thema’s aan:
- Beter communiceren
Teams worden diverser en taalbarrières steeds meer een dagelijkse realiteit. Het project onderzoekt hoe vertaalapps, spraak-naar-tekst en tekst-naar-spraak de communicatie kunnen verbeteren. “Dat maakt overleggen en instructies een stuk toegankelijker, en medewerkers kunnen zelf hun stem laten horen.”
- Minder papier, meer overzicht
Veel werkprogramma’s staan nog op papier. “Dan staat er: dagelijks de prullenbakken legen, wekelijks de kasten schoonmaken, maandelijks de spinnenwebben verwijderen. Voor mensen met taalproblemen of beperkte leesvaardigheid kan dat lastig zijn. Met een app of headset kun je veel duidelijker, stap voor stap uitleg geven.”
- Lichter en veiliger werken
Schoonmaak is blijft fysiek werk. Hulpmiddelen zoals robotstofzuigers en exoskeletten kunnen de belasting verminderen. “Dat maakt het werk gezonder en helpt om uitval te voorkomen.”
Verhalen van de werkvloer
De kracht van het project wordt zichtbaar in concrete voorbeelden. Zo mocht Rames, doofstom en werkzaam in de vloerenploeg, een test doen met Speaksee, een tool die spraak omzet in tekst. Lilian: “Voor het eerst kon hij zonder tolk meedoen aan een toolboxmeeting. Hij was helemaal emotioneel. Voor hem betekende dit dat hij écht onderdeel was van het team. Dat vergeet ik nooit meer.”
Ook Marino, glazenwasser, testte technologie. Hij werkte met een exoskelet om zijn rug te ontlasten tijdens raambewassing. “Hij merkte direct verschil. Het gaf hem stabiliteit en nam druk van zijn schouders weg. Zulke hulpmiddelen lijken klein, maar kunnen enorme impact hebben op de inzetbaarheid van mensen.”
Medewerkers lopen vaak voorop
Opvallend is hoe positief medewerkers tegenover technologie staan. “Wij waren voorzichtig met het digitaliseren van loonstroken,” vertelt Lilian. “Maar de meeste medewerkers hadden hun telefoon er al helemaal op ingericht. Ze zijn vaak sneller en handiger dan wij denken. Vooral jongeren groeien op met technologie, voor hen is het vanzelfsprekend. Dat geeft vertrouwen dat ook nieuwe tools snel een plek vinden.”
Technologie vervangt geen mensen
Toch benadrukt Lilian dat technologie nooit de menselijke factor in de schoonmaak zal vervangen. “De menselijke maat en de handjes blijven altijd nodig. Misschien kan een robot ooit een toilet schoonmaken, maar de rest eromheen niet. Schoonmaak draait om zorg, aandacht en contact. Technologie kan dat niet overnemen, maar wel ondersteunen. Het kan werk lichter maken, communicatie verbeteren en drempels wegnemen. Dat is precies waar we het voor doen.”
Inclusie als drijfveer
Voor WVS staat inclusie centraal. “Voor ons betekent het dat iedereen kan meedoen, ongeacht welk rugzakje iemand heeft,” zegt Lilian vol overtuiging. “Iedere inwoner moet de kans krijgen om een bijdrage te leveren en zich onderdeel te voelen van de maatschappij. Dat is wat ons drijft. En als technologie daarbij helpt, dan omarmen we dat.”
Het motto van WVS vat dat mooi samen: iedereen verdient een kans op glans.
Leren van elkaar
Het project verloopt in stappen. Deelnemende organisaties testen apparaten, delen ervaringen en krijgen input van TU Delft. “Het gaat niet snel, maar dat hoeft ook niet. Belangrijker is dat we samen ontdekken wat werkt in de praktijk. Soms zie je dat de tijd ons inhaalt, omdat technologie zich razendsnel ontwikkelt. Maar juist door samen te werken met andere organisaties en onderzoekers leren we wat realistisch is en hoe we dat op onze werkvloer kunnen toepassen.”
De toekomst van schoonmaak en technologie
Vooruitkijkend verwacht Lilian dat technologie steeds zichtbaarder wordt in de branche, maar altijd ondersteunend blijft. “Er komen vast nieuwe robots, apps en hulpmiddelen. Misschien nog slimmere vertaalprogramma’s of brillen waarmee je live instructies kunt volgen. Dat is allemaal prachtig. Maar uiteindelijk gaat het erom dat mensen met plezier werken, zich ontwikkelen en mee kunnen doen. Dat blijft ons uitgangspunt.”
Na 45 jaar in de schoonmaak is haar conclusie helder: “Deze branche is dynamisch, mensgericht en elke dag anders. Je werkt met mensen die allemaal hun eigen verhaal hebben. Technologie kan daarbij helpen, maar de kern blijft dat iedereen een kans krijgt. Dáár doen we het voor.”